Box 3, the ever-continuing story. Hoeveel soapafleveringen komen er nog?

Vincent

De verwachting die ik in mijn voorgaande columns uitsprak, sluit goed aan bij de fiscale realiteit. Of dat te wijten is aan een fiscale dan wel vooruitziende blik doet er niet zoveel toe. De belastingplichtige en vooral diens adviseur ontkomen er niet aan om de Box 3 soapafleveringen te blijven volgen. Actualiteiten zijn er te over en wie weet wat de volgende aflevering in petto heeft.

Terug in de tijd. De inkt van mijn vorige column was nog maar net droog toen fiscalist Eric van Uunen op 21 september 2025 op LinkedIn publiceerde dat er nieuwe belastingbesparende acties mogelijk zijn, door met een juiste fiscale timing, slim gebruik te maken van de Box 3 tegenbewijsregeling en het wettelijke forfait. Zo kunnen over meerdere jaren (aanzienlijke) Box 3 belastingbesparingen worden gerealiseerd.

Die publicatie is uiteraard niet onopgemerkt gebleven en haalde een dag na de verschijning zelfs de voorpagina (én pagina 7) van het Financieel Dagblad van 22 september 2025.

Het betekende voldoende voeding voor nieuwe Box 3 soapafleveringen. Die volgden dan ook snel en komen er nog steeds. De afleveringen vanaf september 2025 hadden een sterk fiscaal emotioneel karakter, want de kijkers hebben zich ongetwijfeld afgevraagd wat de achterliggende reden is van Box 3 wetgeving, als je die met slimme fiscale trucs, waarvan overigens sommige een diepgaander fiscaal theoretisch kader kennen, door de fiscaal adviseur teniet kunnen worden gedaan. Een maand daarvoor was de overheid al ‘met de billen bloot gegaan’, verwijzende naar het nieuwsbericht van 25 augustus 2025 (15:53 uur) waarin zij een fiscaal slot op de deur plaatst vanaf diezelfde dag (16:00 uur) om een financieel gat van, jawel, 100 miljoen te dekken. Dat was volgens haar nodig om de Box 3 obligatietruc, die eveneens door Van Uunen eerder aan de kaak is gesteld, alsnog een fiscaal halt toe te roepen. Hierdoor hadden de kijkers weer een nieuwe soapaflevering ‘op de buis’.

Soaps hebben vaak een emotioneel aspect, maar zijn tegelijkertijd een spannende ‘kat-en-muis-serie’. Het maakt deze soap fiscaal gezien uitermate vermakelijk en het is dan ook geen verrassing dat ik in deze nieuwe column er toch maar weer ‘de pen aan waag’. Zo’n serie wordt nu eenmaal gekenmerkt door langlopende verhaallijnen die oneindig kunnen voortduren, mits er maar voldoende input is. “Goede Tijden, Slechte Tijden” is daarvan het sprekend voorbeeld.

De verhaallijn gaat dan ook vrolijk verder. De Haagse politiek heeft in november 2025 gedebatteerd over het belastingplan 2026, onder meer over het Box 3 heffingsvrije vermogen. De pineut werd de Wet Hillen.

Verwijzend naar het in dat kader aangenomen amendement van het lid Grinwis c.s. (CU) is die regeling nu in 2041 in plaats van 2048 geheel uitgerangeerd. De aftrek als compenserend financieel vat in verband met geen of een geringe eigenwoningschuld komt dan geheel ten einde.

Maar de verhaallijn blijft onvoorspelbaar, zo blijkt maar weer verwijzende naar februari van dit jaar. De Tweede Kamer heeft op 12 februari gestemd over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3, dat met veel ‘tegengesputter’ is aangenomen. Het streven is om de Wet per 1 januari 2028 te laten ingaan. De inkt van het aangenomen wetsvoorstel was net droog toen minister van Financiën Eelco Heinen (kabinet-Jetten I) zonder schroom verklaarde dat “er iets mis was gegaan met de vlak daarvoor aangenomen Wet”. De reacties zal ik u besparen maar het toont weer eens aan, dat de Box 3 soapserie op volle toeren blijft draaien. Een minister die als een ogenschijnlijke en spreekwoordelijke ‘kip zonder kop’ dergelijke uitspraken doet, is gelet op de impact daarvan op z’n zachtst gezegd opmerkelijk bezig. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3 is door de Tweede Kamer enkel en alleen aangenomen uit budgettaire overwegingen. Langer uitstellen kost de Haagse schatkist miljarden en voor een dergelijk gat zet niemand in politiek Den Haag op voorhand een vinkje ter akkoord. Wanneer de minister als ‘Haagse kasbewaarder’ dergelijke uitlatingen over de eerder aangenomen Wet doet, opent hij de discussie over de grote budgettaire gevolgen die het wel of niet invoeren ervan met zich meebrengt. Daarnaast schept hij een fiscaal mistgordijn, want staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg (kabinet-Jetten I) benoemt de nieuwe Wet als een ‘verplicht tussenstation’. Het betreffen opmerkelijke uitspraken, terwijl juist fiscale zorgvuldigheid en dus gedegen te werk gaan de werkwijze is die de belastingbetaler mag verwachten.

Zelfs het eventueel uitbreiden van Box 3 met een verliesverrekeningsregeling, zoals werd gesuggereerd, is financieel gezien allesbehalve een ‘abc’tje’. Er ontstaat wederom een financieel gat waarvoor dezelfde staatssecretaris op voorhand geen panklare financiële oplossing voorhanden zal hebben. Bij hem ligt daarom nu de spreekwoordelijke fiscale bal om de Box 3 soapserie levend te houden dan wel als een nachtkaars te laten uitdoven. Dat laatste lijkt een fiscale utopie en zou het karakter van deze soapserie eveneens ‘tekort’ doen.

Afijn, de Eerste Kamer is bij het schrijven van deze column nog steeds drukdoende met de behandeling van de door de Tweede Kamer aangenomen Wet en dat blijft volgens de staatssecretaris het uitgangspunt.

Wie weet volgen er nieuwe soapafleveringen, die ik dan graag weer met u deel.

mr. Vincent Walravens RB (Directeur Fiscaal)
Verstraten & Bergkamp